Doorzaaien vaak geen succes

 

In het najaar wordt vaak graszaad ingebracht om dunne vegetatie op te vullen. Op het eerste gezicht een heel logische handelwijze. Maar als je even verder denkt begrijp je waarom het veel minder vaak dan verwacht het gewenste resultaat geeft.

Ogenschijnlijk goede resultaten

Vaak levert doorzaaien een opkomstpercentage van wel 90% of hoger. Tevreden bekijk je het resultaat van je inspanningen en uitgaven. Tot je enige tijd later bemerkt dat het overlevingspercentage niet hoger is dan 10%. De opkomst was dan ook niet afhankelijk van de bodemgesteldheid en het bodemvoedselweb. Het zaadje zelf bevatte voldoende voeding en groeikracht om de opkomst te bewerkstelligen. Het overleven van het kleine plantje is wel voor een belangrijk deel afhankelijk van de bodemgesteldheid en het bodemleven. En de kwaliteit van je greens en fairways ook.

Bevordering meerjarige grassoorten

Zaad van struisgras en zwenkgras levert in de bodem die niet geschikt is voor deze soorten geen stevige vegetatie op. Om struis- en zwenkgras te bevorderen kun je daarom beter de bodem aanpakken. Heb je die zo verandert dat meerjarige grassen zich er thuis voelen, dan is bijzaaien ervan effectief.

Struis- en zwenkgras hebben een bodem nodig die niet te veel nutriënten bevat. Zuinig met de NPK’s zijn dus. Verder moeten er voldoende schimmels in de bodem leven. Meerjarige grassen verlangen meer schimmels in de bodem dan éénjarig straatgras. Wanneer een viltlaag dikker is dan 0,5 cm , mag je ervan uitgaan dat je onvoldoende schimmels in je bodem hebt voor meerjarige grassoorten.

Slijtage

Een grasmat zou geen slijtage mogen vertonen. Het zelf herstellend vermogen van de vegetatie moet voldoende zijn om slijtage onzichtbaar en ongemerkt te herstellen. De mogelijkheid van een vegetatie om zich te herstellen is afhankelijk van de vitaliteit (niet van NPK’s). Hoe beter de vitaliteit van het gewas en de bodem, hoe meer je op het herstelvermogen van de vegetatie kunt vertrouwen. En natuurlijk: naarmate de vitaliteit in gras en bodem hoger is, kan de vegetatie intensiever betreden worden zonder blijvende schade.

Waar slijtage zichtbaar is, moet dus eerst de vitaliteit in de bodem hersteld worden. Pas dan kan de vegetatie zich herstellen. En als daar wat hulp in de vorm van graszaad bij kan helpen is dat prima.

De meest effectieve manier om de vitaliteit in de bodem en de vegetatie te verhogen is het doseren van biostimulanten.  Organische meststoffen die zijn gemaakt met afvalstromen uit de industrie zijn ongeschikt voor dit doel.

Aangetaste plekken

Soms is de vegetatie zwak of verdwenen vanwege een infectie met een pathogene schimmel. Inzaaien waar geen gras groeit is dan een voor de hand liggende strategie om weer een gesloten vegetatie te krijgen. Het werkt echter niet. De pathogeen heeft z’n slag kunnen slaan op deze plek omdat de bodem en het gras hier onvoldoende vitaal waren. Daarnaast heeft de pathogeen zelf ook veranderingen in de bodem veroorzaakt die hergroei van hetzelfde gras tegen gaan.

Ook hier moet dus eerst iets aan de bodem gebeuren voor je herstel kunt verwachten.We doseren bodemverbeteraars en biostimulanten.

Je begrijpt dat gezond bodemleven het zwaar heeft bij de dosering van fungiciden. Wanneer die gebruikt zijn zul je dit ook weer moeten compenseren met extra voeding voor het bodemleven.

Dorre plekken wegens lokale droogte

Lokale droge plekken ontstaan door de aanwezigheid van de verkeerde schimmels in de grond, niet door een gebrek aan surfactants of wetting agents. Net als alle micro-organismen in de bodem, werken ook ongewenste schimmels aan de verbetering van hun leefomstandigheden. In dit geval door een eiwit aan te brengen op de zandkorrels. Deze kunnen dan geen water vasthouden.

Gunstige schimmels daarentegen doen juist het tegenovergestelde: ze verbeteren de wa­ter­huis­hou­ding van de bodem. Gezonde graswortels geven daarom voeding aan dergelijke gunstige schimmels en andere gunstige bodemorganismen. De reden dat er sowieso ongunstige schimmels in de bodem groeiden en daar eiwitten konden vastmaken aan zandkorrels kun je dus zoeken in het gebrek aan voedingsstoffen uit de wortels van de vegetatie. En dat is weer een gevolg van gebrek aan vitaliteit in de grasplantjes. Een vitaal plantje geeft voeding af in de bodem, een stakkerend plantje niet.

Herstel daarom eerst de vitaliteit in de bodem met zeer goede compost en biostimulanten, voor je zaait. De gerevitaliseerde bodem is dan zeer goed in staat vitale grasplantjes te onderhouden die op hun beurt het bodemleven van de juiste energierijke nutriënten voorzien. Bodemorganismen die zo door grasplantjes van voeding worden voorzien zullen er het nodige aan doen om de ongunstige schimmels weg te houden. Daarvoor in de plaats herstellen ze de waterhuishouding dusdanig dat de vegetatie er wel bij vaart.

Gebruik van surfactants of wetting agents kan ook helpen. Maar niet om de vitaliteit te verhogen. De meeste surfactants zijn juist giftig voor de vegetatie en het bodemleven. Surfactants zullen dus  slechts tijdelijk helpen. Herstel van vitaliteit in bodem en vegetatie is langer werkzaam en daarmee goedkoper. Er zijn producten die de werking van surfactants hebben en tegelijkertijd het bodemleven stimuleren.

Schrijf voor meer informatie naar info@natuurlijkgolfbaanbeheer.nl Of bel 0616898113.